26 februari, 2007...13:58

Fa Waka?

Spring naar reacties

De derde week zit er al op, het gaat heel snel. Al bijna een maand Suriname achter de rug. Tijd om eens terug te blikken naar vorige week.

Vorige week maandag was het mijn 21e verjaardag. Helaas was het een maandag en waren we nog heel moe van het lastige weekend in Galibi. Het werd dus een kort, maar heel leuk feestje. Mijn huisgenoten hadden in totaal zes liter Parbo verstopt in het huis, die ik aan de hand van verschillende opdrachten moest terugvinden. Om me extra te stimuleren hadden ze zich allemaal in een roze tenue gehuld. Helaas was het de volgende dag alweer vroeg dag, maar het gemiste feestje halen we een volgende keer wel in.
Op het werk gaat alles zijn gewone gangetje. Heel druk en lastig – vooral het dagelijkse halfuurtje fietsen naar het werk in de vlakke zon – maar enorm interessant en leerrijk. De sfeer op de redactie is heel ontspannen, het werk gaat goed vooruit, ik kom op heel veel plaatsen (zelfs buiten Pa’bo) en ontmoet heel veel mensen. De securitymensen van de Ware Tijd (elk bedrijfje, hoe belachelijk klein ook heeft hier een security) beginnen me al goed te kennen en proberen me elke dag wat Sranantongo te leren. Dat is de populairste omgangstaal in Suriname. Het sranan is echt een grappige taal, waar elke dag wel nieuwe (spreek)woorden bijkomen. Sranan heeft trouwens (nog) geen officiële spelling. Het is meer een spreektaal, hoewel toch veel pogingen gedaan worden om de schrijfwijze van het Sranan vast te leggen. Het dagelijkse gesprek met de security van De Ware Tijd klinkt ongeveer zo:

-Aye boi! Fa Waka? (Dag jongen. Hoe gaat het?)
-Mi de (Met mij alles goed)/Boeng (goed)/Fawaka! (Alles gaat goed)
-Aboen (Ok)
Daarnaast heb je ontelbare grappige zegswijzen, zoals ‘Make Eksi’, wat zoveel betekent als ‘Doe eens wat sneller door.’ Letterlijk vertaald betekent het echter ‘leg eieren’…

De rest van de week is snel en zonder al te veel speciale gebeurtenissen voorbij gegaan. Het valt me wel meer en meer op dat veel mensen, vooral bij ministeries, helemaal niet graag verklaringen afleggen aan de pers, en zeker niet via telefoon. Dat kan soms heel frustrerend zijn. Meestal zijn de mensen aan telefoon van niets op de hoogte en is de ene persoon die een verklaring zou kunnen afleggen urenlang in gesprek of onbereikbaar…

Ook de journalistenopleiding staat hier nog steeds in zijn kinderschoenen. Een echte aangepaste opleidng, die vreemd genoeg aan de kunstacademie gegeven wordt, bestaat hier nog maar zes jaar. Enkele van mijn (tijdelijke) collega’s bij de Ware Tijd volgen die opleiding nog steeds of zijn van plan ze te volgen. Het grootste struikelblok is uiteraard de financiële haalbaarheid, want naar ik het goed begrijp verdienen de meeste journalisten hier netto omgerekend slechts 600 euro per maand…

Reageer