Caribische producenten gaan onzekere toekomst tegemoet

BRUSSEL - “Het is de Cariforum-landen als enige van de zes ACP-regio’s gelukt een Economisch Partnerschap Akkoord (EPA) af te sluiten met de Europese Unie (EU).” Zo werd het eind 2007 vreugdevol afgekondigd in de pers. Een inhoudelijke studie toont echter aan dat de EPA’s vooral in het voordeel van de EU spelen. Caribische producenten gaan onzekere tijden tegemoet.
WTO
De EU is wereldwijd de grootste donor van ontwikkelingshulp. Daarvoor gebruikt het verschillende overeenkomsten. De inhoud van die overeenkomsten wordt telkens tijdens grote conferenties bepaald. De eerste overeenkomst zag al in 1964 het licht, maar gold enkel voor Afrikaanse landen.
De volledige ACP-regio (Afrika, Cariben, Pacific), waar ook Suriname deel van uitmaakt, doet sinds 1975 mee. Die overeenkomst was heel revolutionair: ACP-landen konden hun grondstoffen en vele landbouwproducten zonder extra kosten naar Europa exporteren en daar aan een goede prijs verkopen. ACP-landen konden bovendien wel nog belastingen heffen op import uit Europa.
In 1995 dienden de Verenigde Staten een klacht in bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De VS vond de gunstige tarieven voor ontwikkelingslanden concurrentievervalsing. De WHO, een groot voorstander van vrijhandel, gaf Amerika gelijk en verplichtte de EU nieuwe regels op te stellen. Dat leidde in 2000 tot het ontstaan van de overeenkomst van Cotonou. De EU legde steeds meer voorwaarden – ook politieke – op aan de ACP-landen voordat ze van gunstige exportvoorwaarden konden genieten.
Maar de WTO had nog steeds bezwaren. De gunstige exportvoorwaarden werden wel strenger, maar bestonden nog. De EU startte in 2002 dus onderhandelingen om met de ACP-landen EPA’s af te sluiten. Die EPA’s dicteren dat ook Europa gratis producten mag exporteren naar de ACP-landen. Bovendien moeten ook de grenzen tussen de ACP-landen geopend worden. Suriname zou dus geen heffingen meer mogen eisen op bvb Guyaanse producten. De EU gelooft dat die veranderingen zullen leiden tot meer handel en welvaart.
protest
De EPA’s ontketenden wereldwijd een storm van protest. Critici menen dat producenten uit ontwikkelingsregio’s niet kunnen opboksen tegen Europese massaproductie en massaal failliet zullen gaan. Bovendien gaan talloze inkomsten uit invoerheffingen verloren. De Afrikaanse gemeenschap hield op 11 januari in Brussel nog een grote protestmars tegen de EPA’s. Ze verweten de EU “economisch imperialisme”.
Het is de EU voorlopig enkel gelukt om met onze landen een EPA af te sluiten. Vijf jaar van bitse onderhandelingen gingen aan het akkoord vooraf. Er werd gedreigd met rechtszaken en de president van Guyana beschuldigde de EU van pesterijen, maar we konden niet op tegen Europese dreigementen: indien de EPA niet werd ondertekend, keken onze producenten aan tegen invoerheffingen van wel 30%. Suriname wordt nu verplicht om binnen een periode van 25 jaar zijn grenzen voor 86,9% van alle Europese producten te openen.
Er staan dus grote economische veranderingen op stapel. Het is trouwens nog niet voorbij: ook met Canada staan binnenkort vrijhandelsgesprekken over honderden soorten producten op het programma.-.

![]()