
De geschiedenisboeken van Suriname bevatten – zoals de geschiedenisboeken van elk land – enkele zwarte bladzijden. Passages die zo verschrikkelijk zijn dat de betrokkenen van toen ze zo snel mogelijk wilden vergeten of verbergen, maar die wij moeten onthouden, opdat ze nooit vergeten zouden worden.
Bekende zwarte bladzijden in de geschiedenis van Suriname zijn de Decembermoorden, de mensenrechtenschendingen tijdens de dictatuur in de jaren tachtig, de Binnenlandse Oorlogen en het drama in Moiwana. Maar de grootste wonde werd ongetwijfeld geslagen door de blanke kolonisten, die tot het afschaffen van de slavernij in 1863 lelijk huis hielden op de vruchtbare plantages in Suriname.
Net zoals Suriname nog steeds met het verleden van de Decembermoorden worstelt, worstelt het land voor deels nog steeds met zijn slavernijverleden. Het slavernijregime in Suriname was dan ook één van de hardste ter wereld. De Surinaamse schrijfster Cynthia Mcleod haalde dat vorige zomer nog aan tijdens haar voordracht over Suriname in Gent: “Het leven op de Surinaamse plantages was zo zwaar, dat slaven in andere landen te horen kregen dat ze naar Suriname zouden gestuurd worden indien ze zich niet gedroegen.”
Uiteraard lieten de slaven zich niet als lammetjes naar de slachtbank leiden. Er gebeurden sabotages en grote groepen slaven vluchtten weg van de plantages, een fenomeen dat als marronage bekend staat. Die zogeheten Marrons stichten ministaatjes in de jungle en vielen op geregelde tijdstippen plantages aan, uiteraard om zo slaven te bevrijden. Als tegenreactie kwamen Nederlandse militairen de Surinaamse plantages bewaken, maar zij streden een verloren strijd: gingen ze niet ten onder tijdens gevechten, dan deden malaria of de loden zon wel de rest. Bekende aanvoerders van de Surinaamse Marrons waren bijvoorbeeld Adyáko Benti Basiton, Adoe, Alabi, Boni en Broos.
De reactie van de Nederlandse kolonist op die situatie was ten tweede heel ambigu. Omdat het onmogelijk bleek de Marrons militair te bekampen, werden er tussen 1760 en 1767 drie vredesverdragen gesloten met verschillende Marronstammen. Dat zorgde dan weer voor wrevel met de slaven die wél op de plantages gebleven waren. Sommigen menen dat dat tot op heden de soms weerbarstige relatie tussen marrons en andere bevolkingsgroepen in Suriname zou kunnen verklaren.
Ten slotte duurde het ontzettend lang vooraleer slavernij in Suriname verboden werd. In 1808 trad al enige verbetering voor de slaven. Na deze periode was het niet meer toegestaan slaven naar Suriname te voeren. In 1848 werd het duidelijk dat ook in Suriname de slavernij zou worden afgeschaft. Enkele twistpunten, zoals compensatieregelingen voor slavenbezitters, zorgden ervoor dat het nog tot 1 juli 1863 zou duren vooraleer de afschaffing een feit werd. Dat slavernij in Frankrijk, Groot-Brittannië én zelfs al op andere Nederlandse kolonies eerder verboden was, deed toen blijkbaar amper wenkbrauwen fronsen.
Die eerste juli van 1863 wordt jaarlijks nog steeds herdenkt tijdens het ‘Keti-Kotifestival. In Suriname wordt op die dag het Kwakoe-standbeeld extra in de kijker gezet, maar ook in Nederland viert de grote Surinaamse gemeenschap een keti-kotifeest.
archieven
Voor liefhebbers van archieven of voor Surinamers die op zoek zijn naar hun roots biedt het internet zoals steeds een schat aan informatie. Zo kan op de website van het Nationaal Archief van Nederland in een database makkelijk op familienaam of plantagenummer gezocht worden. Even een familienaam intypen en je weet onmiddellijk hoeveel slaven zo heetten en op welke plantage ze tewerkgesteld waren.
Ook Surinamistiek houdt bij het onderdeel slavernijverleden een lijst bij waarop de familienamen staan van alle slaven die op een bepaalde plantage werkzaam waren.
Ten slotte biedt ook Google Books iedereen die op zoek is naar diepgaande informatie over het Surinaamse slavernijverleden heel wat -soms zelfs gratis- leesvoer aan.
1 Reactie
21 november, 2008 at 20:06
[...] periode, toen zwarten ontegensprekelijk minderwaardig en zelfs mensonterend werden behandeld, een heikel punt in Suriname. Ook sommige (stukken uit) liedjes – zoals ‘ook al ben je zwart als roet’ – doen er bij [...]